Harm Ottenbros, klein coureur met grote titel
10 augustus 1969

Harm Ottenbros
spurtte 38 jaar geleden op het circuit van Zolder naar de wereldtitel.
Voor de coureur Ottenbros was dat het begin van een nachtmerrie. Het
métier moest niets hebben van een kleine kampioen. Ottenbros
stopte uiteindelijk op een gepaste manier: hij donderde zijn fiets in
de Oosterschelde.
Op zondag 10 augustus 1969 won Harm Ottenbros in het Belgische Zolder
een wedstrijd die hij kennelijk niet had mogen winnen. Waar Vlaanderen
zat te wachten op de oude Rik van Looy of de jonge Eddy Merckx, reed
een voor hen onbekende Hollander naar de wereldtitel.
Ottenbros profiteerde in 1969 van de tweestrijd in het Belgische
wielerkamp. De oude Rik van Looy en de jonge Eddy Merckx gunden elkaar
de overwinning niet. Volgens de meeste volgers in de karavaan was de
overwinning van Ottenbros een toevalstreffer.
,Ik was die dag toevallig wel de sterkste'', herinnert Ottenbros zich.
,,Of dacht je dat ik 190 renners heb omgekocht. Reken maar dat ze
allemaal even graag wereldkampioen wilden worden.''
Ottenbros was 24 jaar toen hij de regenboogtrui in bezit kreeg. ,,Vanaf
dat moment liep alles spaak. Ik was veel te onervaren voor een
wereldkampioen, maar dat is natuurlijk achterafgepraat. Ik had mijn
zaakjes slecht voor elkaar. Ik had geen goede managers die mijn
schaapjes op het droge legden. De bedragen die ik toen verdiende, waren
ook niet om over naar huis te schrijven.''
In sportief opzicht leed Ottenbros veel gezichtsverlies. In de
buitenlandse koersen werd hij uitgefloten. In eigen land had hij moeite
met de heldenverering. Toen zijn resultaten tegenvielen, lieten de
Nederlandse wielerfans hem prompt ,,als een baksteen vallen''. Om
publicitaire redenen ging hij zesdaagsen rijden, maar als onervaren
baanrenner werd hij openlijk te kijk gezet door Peter Post, in die tijd
een grootmacht op de piste.
Ottenbros beleefde in 1970 een dieptepunt in zijn wielerloopbaan.
,,Alles zat tegen. Ik raakte geblesseerd en ik kreeg een raadselachtige
darmblessure. Tegelijkertijd reed het hele peloton tegen me. Ik moest
maar even laten zien dat ik een waardige kampioen was. Nee, ik was niet
rouwig toen ik die trui moest inleveren. Kon ik tenminste weer anoniem
mijn rondjes rijden. Maar het oude gevoel is helaas nooit helemaal
teruggekeerd.''
"Nu verfoei ik die dag niet meer. Zeker niet. Ik ben trots op die
titel. Hij staat in de boeken en die dag was ik ook gewoon de beste.
Die dag was ik de wereldkampioen. Juliën Stevens, de man die
ik toen klopte in de eindspurt, kwam ik laatst nog tegen. Hij zei: je
hebt de titel absoluut niet gestolen. We zijn gewoon als amateurs naar
de meet gereden. Ik heb nu ook te doen met Juliën. Van hem
hoor je helemaal niets meer. Soms denk ik wel eens: als die streep een
meter verder had gelegen, was het leven voor ons misschien heel anders
gelopen."
Toen vond Ottenbros het al snel niet meer leuk om wereldkampioen te
zijn. „Het verhaal was simpel: ik was als wereldkampioen te
klein. Letterlijk en figuurlijk. Ik heb dit nog nooit eerder gezegd,
maar ik snap nu ook dat ik toen voor de organisatoren een klotewinnaar
was.
Met name in België werd hij als wereldkampioen niet gepruimd.
Men keek hem met de nek aan en sprak voortdurend in smalende
bewoordingen over de man in de veel te grote regenboogtrui. Ottenbros
ging door een hel. Zwaar gedesillusioneerd stopte hij in 1976 met
wielrennen. De dag dat hij wereldkampioen was geworden nog altijd
verfoeiend. „Vergelijk het met iemand die dag in dag uit op
zijn werk getreiterd wordt. Dat hou je niet vol."
Zijn afscheid werd destijds prachtig in beeld gebracht in het
VPRO-programma Het Gat van Nederland. Ottenbros fietste met Knetemann
over de Zeelandbrug. Plots stopte hij, wierp zijn fiets de
Oosterschelde in en reed voorop de stang bij Knetemann het beeld uit.
Terug naar huis, weg van het cyclisme.
„Dat afscheid op de brug was helemaal in scène
gezet. Iedereen hangt zijn fiets zogenaamd aan de wilgen. Ik dacht al
een tijdje aan iets anders: vanaf de brug de Oosterschelde in. Het was
trouwens nog niet eenvoudig om het zo te doen. We moesten uitkijken dat
er op dat moment geen boot onder de brug door voer. En de opnames
moesten er in één keer goed opstaan. Ik had
immers maar één fiets bij me."
Ottenbros liet daarna inderdaad zijn baard groeien. En hij werd
kunstenaar. Hij ging ook werken met verstandelijk gehandicapten.
„Ik had eindelijk de tijd om mezelf te ontdekken. Als
wierrenner was het daar niet van gekomen." Hij ruilde de fiets in voor
een motor. „De wind in de kop, het onderweg zijn. Dat wilde
ik niet opgeven." Ondertussen bleef hij ook nog eens fit. „Ik
heb elf jaar in de badmintoncompetitie gespeeld. Ik had dan wel een
baard, maar ik heb mezelf nooit verwaarloosd." Drie jaar geleden haalde
Jan Janssen hem over terug te keren in de wielerwereld. „Jan
zei: je kunt altijd negatief blijven denken over de sport, maar je hebt
er ook veel aan te danken. Hij had gelijk."
In
het jaaroverzicht worden de sportieve gebeurtenissen per jaar
behandeld. Vanaf 1988 worden de krantberichten uit diverse Nederlandse
kranten integraal overgenomen.