Elfstedentocht '97: Angenent verslaat favoriet Hulzebosch

04 januari 1997

De beslissende kopgroep: Angenent, Verduin, Kleine, Stam, Hulzebosch en Van Bentherm De allermooiste van de allerbeste: "Voor de Elfstedentocht was ik al gelukkig. Dat wil ik blijven." Het leven van Henk Angenent wordt nooit meer hetzelfde. Zes jaar lang was hij één van de meest kleurrijke marathonschaatsers, sinds een steenkoude zaterdagmiddag op de Bonkevaart in Leeuwarden promoveerde de spruitjeskweker naar de verplichte status van Bekende Nederlander. 

Op de stikdonkere ijsvlakte vloog Henk Angenent met 'mijnwerker' Fausto de Marreiros voorop richting Balk. "Fausto had een lamp op zijn hoofd. Een mooi richtpunt voor Henk van Benthem en mij. Achter ons reden nog vier anderen. Op het Slotermeer werden wij naar links gestuurd, de rest ging de andere kant op. Door de sterke rugwind waren zij zo uit zicht. Even raakte ik in paniek, ik zag De Marreiros niet meer. Ik wist, dat ik naar rechts moest en draaide die kant op. Tussen het riet brandde een lampje. Fausto! Plotseling reed ik weer tussen Kramer en Kleine. Zo ramden wij door en vielen er steeds meer af."

In het ochtendgloren doken Angenent, Hulzebosch, Verduin, Henk van Benthem, Kleine, Stam, de gebroeders Ruitenberg, Hagen, Van Meggelen, de verrassend sterke Jan Bakker en Yep Kramer uit de schemering op. Voor Workum konden de overige wedstrijdrijders de eindzege vergeten. Een rayonhoofd verder waren de onderlinge verschillen al zo groot, dat er een kruis door de namen van Kromkamp en Huitema kon worden gezet.

Voor een tunneltje in Franeker haakte de uitgeputte Hagen als eerste af. Een onderschatte aanval van Henk van Benthem op De Ried betekende het einde van de gebroeders Ruitenberg en de aan zijn ribben geblesseerde Yep Kramer. Angenent: "Ik zag Verduin reageren. Even heb ik gewacht. Toen ben ik er zelf naartoe gesprongen. Kleine ging mee, de groep werd meer en meer uitgedund. Op weg naar Dokkum keek ik om mij heen. Wij waren nog met zijn zessen. Normaal win ik het van deze groep, dacht ik. Waarom dan vandaag niet?"

Met de wind tegen en de wind in de rug probeerde Bert Verduin voor en na Dokkum alleen weg te komen. Beide keren werd de Nederlands kampioen op natuurijs teruggepakt. Na de tweede doorkomst in Bartlehiem stak Piet Kleine het vuurwerk aan. Zeven keer versnelde de 45-jarige postbesteller. Toen was zijn laatste Elfstedentocht voorbij.

Henk Angenent reed de meeste gaten dicht en leek daarmee zijn kansen in de sprint te verspelen. "Bij Hulzebosch was het beste eraf. Op een paar kilometer van de Bonkevaart zei hij al dat ik zou kunnen winnen. Hij kon maar één keer achter Kleine aanspringen. Ik heb in de voorbereiding bewust zoveel mogelijk kilometers gemaakt om mijn spieren te harden. Donderdag reed ik nog de honderd kilometer van Maasland. Het is gek, maar het kostte mij weinig moeite om steeds die gaten dicht te rijden. Op de Bonkevaart ging Verduin ook nog eens van ver aan. Ideaal. In de sprint trok Hulzebosch zich een paar keer aan mij op. Dat gebeurt gewoon, ik voelde aan hem dat hij het opgaf. Op de finish werd ik bedolven, ik herinner mij alleen de dikke zoen van staatssecretaris Terpstra, een fantastisch mens. Opeens stond ik met mijn schaatsen op straat. Toen vond ik de drukte genoeg en heb ze rustig uitgetrokken. Mijn schaatsen zijn mij dierbaar."

Zijn sport ook. Wekenlang trok Henk Angenent de afgelopen maanden ten strijde tegen de scheve verhoudingen binnen het marathonpeloton. Hij was een roepende in de woestijn. "Ik dacht dat ik het in mijn eentje van een ploeg kon winnen. Een vergissing." Op het Friese toverijs speelde het door hem verfoeide ploegenspel geen rol van betekenis. In het keiharde gevecht van man tegen man was Henk Angenent gewoon de beste. De rijke geschiedenis van de Elfstedentocht heeft een waardig opvolger van Evert van Benthem.