De grootste doping-smoezen uit het wielrennen
Het
is te hopen dat de Tour de France van 2007 blijft verschoond van
dopingperikelen. En als er dan toch iemand betrapt wordt, laat hem
dan een goeie smoes verzinnen. In het verleden kwamen de betrapten
immers met fantastische verklaringen
1. De hond
Zijn begeleider, dokter Sainz, werd tijdens een verkeerscontrole opgepakt met onbekende pillen in de kofferbak. De politie deed daarop een inval bij Frank Vandenbroucke en vond EPO, morfine en clenbuterol. "Voor de hond" reageerde Frank
Vandebroucke.
2. De duif
Adrie van der Poel won in 1982 de Henniger Turm. Hij wordt positief bevonden op strychine. Zijn verklaring was: "De dag ervoor had ik duif gegeten, die was waarschijnlijk met dat spul geprepareerd".
3. De tandarts
Gilberto Simoni wordt betrapt op cocaïne-gebruik. Simoni wist de oorzaak; een verdoving bij de tandarts. Weken later volgde nog een controle. Er was geen tandartsbezoek, maar Simoni was wel weer positief...
4. Het kinderziekenhuis
In 1998 dwaalt de EPO al vollop door het peloton. Een vrachtwagen van TVM wordt in maart op de Frans-spaanse grens onderschept. De wagen bevat naast wielermateriaal, ook EPO. In juli wordt het gerucht door de Franse justitie de wereld in geholpen. Dokter Michailov verklaart dat de EPO voor een Russisch kinderziekenhuis bedoeld was.
5. Het stuwbandje
Ook Nederlanders zijn niet altijd even zuiver op de graat. Erik Dekker heeft in 1998, vlak voor het WK in Verona, een te hoge hematocrietwaarde. De verklaring was een stuwbandje dat te strak om de arm had gezeten. Dekker en de Rabobank kwamen ermee weg.
| 25-06-2008 | Bron: Sport International |