Bij de atletiekdiscipline polsstokhoogspringen probeert men met behulp van een flexibele stok over een zo hoog mogelijke lat te springen. De beginhoogte van de lat en de daaropvolgende verhogingen per ronde worden door de organisatoren vastgelegd. Atleten worden uitgesloten na 3 opeenvolgende mislukte pogingen, op welke hoogte dan ook.
Deze sport is reeds sinds 1812 gekend in Engeland en maakte reeds in 1857 deel uit van de universiteitskampioenschappen van Cambridge.
Door de verbeteringen van het gebruikte materiaal van de polsstok zijn de prestaties enorm verbeterd: de eerste polsstokken waren van hout, nadien van bamboe, vervolgens van aluminium en nu van carbon en glasvezel. Dit laatste materiaal is zeer elastisch, waardoor de voortstuwing sterk verbetert.
Polsstokhoogspringen is een onderdeel van de tienkamp bij mannen.
Sinds 2000 is het ook voor vrouwen een erkende discipline op de Olympische spelen (Sydney). |