Met aardig en speels voetbal werkte Volendam zich dit seizoen zeer verrassend op naar de tweede plaats in de eredivisie. Vanavond is Volendam te gast bij PSV in Eindhoven. De nummer een en twee van het vaderlandse voetbal treffen elkaar in de tweede ronde van het toernooi om de KNVB-beker. Een regelrechte topper dus, al is er niemand in het vissersdorp die er echt wakker van ligt.
Volendam ervaart het succes van de plaatselijke voetbaltrots broodnuchter. „Het is net als met BZN", trekt assistent-trainer Ger-rie Mühren een vergelijking waar muziek in zit. „Buiten Volendam is het de beste band van de wereld. Maar in het dorp hoor je nog wel eens kritische geluiden."
In die kritische en besloten gemeenschap konden veel trainers maar moeilijk aarden. „Als je hier wil slagen moet je je werkwijze enigszins aanpassen. De mentaliteit van de ploeg en zijn directe omgeving dient daarbij het uitgangspunt te zijn", zegt Jan Brouwer, de vroegere trainer van ondermeer Willem II en Helmond Sport die voor dit seizoen de technische verantwoordelijkheid aan Leo Steegman overdroeg om zich helemaal aan de promotie van het 'andere Oranje' te wijden. In die twee jaar als trainer plaveide Brouwer wel de weg.
In 1986 kwam Brouwer aan het hoofd van de bijna failliete club. Een jaar later promoveerde Volendam naar de eredivisie. Het speelse voetbal hield in de hoogste klasse geen stand. „Het elftal miste body op de cruciale plekken", geeft Brouwer de tekortkomingen aan, waardoor Volendam toen na dertien wedstrijden op de laatste plaats stond. „De wat labiele prestatiecurve was een gegeven. Dat specifieke probleem keerde steeds terug. We stonden voor de keuze: op eredivisie-niveau spelen of verder wegzakken. Bewust is toen een stabiele speler als Samuel van 'buiten' gehaald. De ploeg had stoïcijnse voetballers nodig om die typische Volendammertjes beter te laten functioneren."
Typische Volendammer. Dat begrip keert vaak terug in de bespiegelingen over de club van de oevers van het IJsselmeer. Voorop staat dat Volendam een echt
voetbaldorp is. Van de 17.000 inwoners spelen er elfhonderd bij een club. Honderdvijftig staan er te trappelen om bij de amateurclub RKAV
Volendam te worden toegelaten.
"Het voetballen krijg je hier met de paplepel ingegoten", zegt Gerrie Mühren, die het typische Volen-damse bij Ajax, Betis Sevilla, MW, Seiko Hongkong en DS verder uitdroeg. „Iedereen op straat voetbalt. Jongetjes hangen regelmatig aan de bel of je mee wilt doen. Volendammers hebben een enorme prestatiedrang. Als ze ergens aan beginnen willen ze ook maximaal presteren. Ze schamen zich als het niet lukt."
De gemeenschap eist dat in het vlaggeteam zoveel mogelijk echte Volendammers worden opgenomen. Brouwer loste dat probleem speels op. „Alles wat mogelijkheden heeft stimuleren we en proberen we naar voren te halen. Daarom is gekozen voor een intensieve samenwerking met de amateurs van RKAV Volendam. Maar we zetten de boel niet op zijn kop om kost wat kost mandekkers te kweken. Dat we die van buiten het
dorp halen is een zienswijze die geleidelijk is
gegroeid".
Door de 'straatopleiding' beschikt Volendam over een behoorlijk potentieel technisch geschoolde voetballers. „In elke jaargang zitten hier drie, vier spelers met mogelijkheden", zegt Brouwer. „Als je naar de topclubs kijkt zie je dat jeugdvoetballers en reserves vaak te vlak zijn in hun spel. Ze halen de echte top niet. Een typische Volendammer beschikt over heel veel technisch vermogen. Hij wil alles voetballend oplossen De gemeenschap eist dat in het vlaggeteam zoveel mogelijk echte Volendammers worden opgenomen. Brouwer loste dat probleem speels op. „Alles wat mogelijkheden heeft stimuleren we en proberen we naar voren te halen. Daarom is gekozen voor een intensieve samenwerking met de amateurs van RKAV Volendam. Maar we zetten de boel niet op zijn kop om kost wat kost mandekkers te kweken. Dat we die van buiten het dorp halen is een zienswijze die geleidelijk is gegroeid. Goede mandekkers zijn niet zo moeilijk te vinden. Spelers als Mulder en Van Loon hebben bijna geen geld gekost. Het publiek ziet dat en accepteert het dat ze nodig zijn om het speelse van de Kempertjes en Steurtjes te compenseren."
De achtienkoppige selectie van Volendam bestaat nu voor de helft uit 'vreemdelingen'. Door de komst van een robuuster soort spelers als Samuel en Van Loon vond de club zijn balans. Leo Steegman hoefde dit jaar simpel de lijn van Brouwer door te trekken, die met een gerust hart zijn technische verantwoordelijkheid afstond. „Al kriebelt het elke zondag nog wel. Ik mis de coaching op de bank. Ik denk nog als trainer. Niet zo verwonderlijk. Ik heb per slot van rekening 24 jaar in het vak gezeten."
Als commercieel-manager heeft Jan Brouwer nu de taak munt te slaan uit het succes van Volendam. Hij introduceerde het begrip 'het andere Oranje'. „Van mij verwacht men dat ik vindingrijk ben. De competitie stopte vorig seizoen vroeg. Daarom kwam ik met het plan amateurclubs een dagje Volendam en een wedstrijd tegen het 'andere Oranje' aan te bieden. Op die manier hebben we het seizoen, dat toch al een winst van 150.000 gulden opleverde, aardig afgesloten."
Ondanks de toppositie voert bovenal het realisme bij de commercieel-manager de boventoon. „Ik
loop te lang mee in dit wereldje om boven op de tafel te dansen.Voetballend blijven we aardig op
de been. PSV en Ajax zijn sterker,op de rest hoeven we niet in te leveren. Ons streven, een midden
mootpositie, is bijgesteld naar deachtste plaats. Ons voornaamste
doel blijft echter af te komen van
dat Heen-en-Weer verhaal. Het scheepje dat Volendam in het verleden van de eerste- naar de ere
divisie en terug voer moeten wemet de Kerst maar symbolisch
verbranden. Alles méér is meegenomen."
|