Henk Lubberding
Luxe meesterknecht
Henk Lubberding was vooral een renner met veel inhoud die kilometers lang een hoog tempo kon aanhouden en zowel op het vlakke als in de bergen goed uit de voeten kon. Bij de amateurs viel hij op door een derde plaats in de Tour de l'Avenir in 1976. Dit leverde hem een profcontract op voor het volgende jaar bij de TI-Raleigh ploeg van Peter Post. Opvallend is dat Lubberding zijn hele carrière bij ploegen van Peter Post is blijven rijden.
In zijn eerste jaar bij de beroepswielrenners debuteerde Lubberding al in de Ronde van Frankrijk met een 26e plaats in het eindklassement. In zijn tweede jaar bevestigde hij zijn talent. Hij werd Nederlands kampioen op de weg en reed een zeer sterke Ronde van Frankrijk. Henk Lubberding werd dat jaar 8e in het eindklassement, 1e in het jongerenklassement en won de etappe naar Pau.
Door het vertrek van Hennie Kuiper naar de Franse Peugeot-ploeg kreeg Lubberding het jaar daarop, samen met Paul Wellens, een beschermde status in de Ronde van Frankrijk. Ereplaatsen in Parijs-Nice (4e), de Amstel Gold Race (2e), Gent-Wevelgem (5e), de Ronde van Romandië (3e), Rund um den Henninger-Turm (2e) en de Dauphiné Liberé (2e) én opnieuw de Nederlandse wegtitel wezen erop dat Lubberding zo'n rol aan zou kunnen. In de ritten in de Pyreneeën, al in het eerste weekend van de Ronde, raakte Lubberding echter al achterop. Uiteindelijk werd hij dat jaar 18e.
In de jaren daarna ging Lubberding ook sukkelen met zijn gezondheid. Aan een hardnekkige voorhoofdsholteontsteking werd hij uiteindelijk geopereerd. Het teleurstellende resultaat in de Tour van 1979 was voor hemzelf waarschijnlijk ook een indicatie dat het "kopmanschap" voor hem niet was weggelegd. Hij functioneerde beter als "meesterknecht" voor andere renners, een rol die hij tot het eind van zijn loopbaan met verve is blijven vervullen.
Zo was Lubberding wegbereider voor Jan Raas toen die wereldkampioen werd in Valkenburg (1979), verleende hij steun aan Joop Zoetemelk bij zijn overwinning in de Ronde van Frankrijk (1980) en reed hij met Gerrie Knetemann vooruit in de Ronde van de Middellandse Zee (1982). Later in zijn carrière kreeg Lubberding ook meer een rol als wegkapitein en steun en toeverlaat van jonge renners.
Ondanks zijn dienende rol wist Henk Lubberding ook de nodige persoonlijke succesen te behalen. In 13 jaar Ronde van Frankrijk eindigde hij driemaal bij de eerste 10, won hij 3 etappes (alsmede een aantal ploegentijdritten), reed hij eenmaal in de gele trui en werd hij één keer eerste in het jongerenklassement. Verder werd hij tweemaal Nederlands kampioen en won hij in 1980 de klassieker Gent-Wevelgem. In totaal won Lubberding 58 wedstrijden. Hij beëindigde zijn actieve wielerloopbaan in 1992.
Henri Cornet
Jongste Tourwinnaar ooit
Henri Cornet (Desvres, 4 september 1884 - 1941) was een Frans wielrenner. Cornet is nog altijd als de jongste Tourwinnaar uit de geschiedenis; hij won de Ronde in 1904 op twintigjarige leeftijd. Ook de manier waarop dit tot stand kwam behoort tot de legenden van de Tour: vier maanden na het einde van de Tour werd Cornet, die eigenlijk pas als vijfde eindigde, uitgeroepen tot winnaar, nadat winnaar Maurice Garin ervan beschuldigd werd het parcours niet volledig afgelegd te hebben. De nummers 2, 3 en 4, Lucien Pothier, Cesar Garin en Hippolyte Aucouturier werden om eenzelfde reden gediskwalificeerd.
Maar Cornet bleek geen eendagsvlieg, hoewel hij zijn Tourprestatie niet meer kon herhalen, nam hij nog 7 maal deel; in 1908 werd hij nog verdienstelijk 8ste.
In het klassieke werk ging het hem beter af, in 1905 werd hij zowel in de marathonklassieker Bordeaux-Parijs als in Parijs-Roubaix derde. Hij won Parijs-Roubaix in 1906.
Desalniettemin had Henri Cornet een fragiele gezondheid, welke hem belette verdere successen te boeken. Hij stierf in 1941 aan een hartfalen
Johan Cortlever
Zwemmer en Waterpoloër
Johan George (Johan) Cortlever (Amsterdam, 4 augustus 1885 - Amsterdam, 14 april 1972) was een voormalig zwemmer en waterpoloër, die Nederland in 1908 vertegenwoordigde bij de Olympische Spelen in Londen.
Cortlever kwam in de hoofdstad van Groot-Brittannië uit op de 100 meter rugslag. Op dat nummer werd hij voortijdig (zevende heat) uitgeschakeld. Hij was een van de zes zwemmers, die Nederland vertegenwoordigde bij de vierde Olympische Spelen. De anderen waren Bouke Benenga, Lamme Benenga, Frits Meuring, Piet Ooms en Eduard Meijer.
Maar Cortlever verscheen in Londen niet alleen aan de start als zwemmer, hij was ook lid van de Nederlandse waterpoloploeg, waarmee hij als vierde en laatste eindigde overigens. Twaalf jaar later, bij de Olympische Spelen van Antwerpen maakte Cortlever andermaal zijn opwachting met de waterpoloërs, en eindigde de selectie op ex aequo de zevende plaats.
Cortlever overleed op 14 april 1972 in Amsterdam op 86-jarige leeftijd.
Kaija Mustonen
Olympisch schaatsgoud in 1968
Kaija Mustonen (4 augustus 1941) was een Fins schaatsster.
Kaija Mustonen maakte al op 16-jarige leeftijd haar debuut in de internationale
schaatwereld.
Tot 1963 deed Mustonen mee in de middenmoot met een beste prestatie tijdens het WK Allround van 1960 met een 10e plaats. De ommekeer kwam in 1964 bij de Olympische Winterspelen in Innsbruck. Mustonen won zilver op de 1500 meter op gepaste afstand van winnares Lidia Skoblikova en brons was haar deel een dag later op de 1000 meter.
In de Wereldkampioenschappen die volgden eindigde Mustonen telkens in de top. Het podium heeft ze echter nooit mogen betreden na afloop van een WK Allround, haar mindere 500 meter was hier verantwoordelijk voor.
In 1968 op de Olympische Winterspelen in Grenoble liet Mustonen zien dat ze ook een afstand kon winnen. Op de 1500 meter liet ze in een nieuw Olympisch record Carry Geijssen slechts 0,3 seconden achter zich, maar voldoende voor Olympisch goud. Twee dagen later werd de Finse op de 3000 meter tweede op gepaste afstand van Ans Schut en nog net voor de andere Nederlandse Stien
Kaiser.
Alice (Alie) te Riet
Specialiste op de schoolslag
Alice (Alie) te Riet (Groningen, 4 augustus 1953) is een voormalig topzwemster uit Nederland, die in 1972 namens haar vaderland deelnam aan de Olympische Spelen in München. Daar maakte de specialiste op de schoolslag, lid van zwemvereniging Zwemlust/Den Hommel, deel uit van de estafetteploeg, die als vijfde eindigde op de 4x100 meter wisselslag. Haar collega's in die race waren Enith Brigitha (rugslag), Anke Rijnders (vlinderslag) en Hansje Bunschoten (vrije slag).
Op haar twee individuele starts, de 100 en de 200 meter schoolslag, werd Te Riet in de hoofdstad van Beieren voortijdig uitgeschakeld, met respectievelijk de twintigste (1.18,79) en de zeventiende tijd (2.48,49). Haar erelijst vermeldt verder deelname aan de Europese kampioenschappen langebaan (50 meter) van 1970 en aan de eerste officiële wereldkampioenschappen langebaan van 1973 in Belgrado. Bij beide toernooien viel Te Riet niet in de prijzen.
Hilbert van der Duim
Met vallen en opstaan naar de top
Hilbert van der Duim was als schaatser een kleurrijk figuur en werd bij velen bekend door zijn valpartijen over vogelpoep en later een kroonkurk, zowel als een rondje te vroeg een race beëindigen.
Zijn reputatie als brokkenpiloot begon al vroeg. Al in 1979 nam hij - officieel nog junior - deel aan het wereldkampioenschap allround-schaatsen in Oslo. Na de eerste dag stond hij nog verrassend vierde, maar op de tweede dag ging hij onderuit op de 1500 meter.
In 1981 viel hij op de 10 kilometer van het Europees kampioenschap en liep daardoor de titel mis. Achteraf verklaarde Van der Duim gevallen te zijn over vogelpoep.
Bij het wereldkampioenschap van datzelfde jaar zette Van der Duim op de 5 kilometer de achtervolging op zijn tegenstander Amund Sjøbrend te vroeg in. Hij achterhaalde hem en ging zegevierend als eerste over de finishlijn, om er pas een halve ronde later, tijdens het uitrijden, er achter te komen dat hij nog een volle ronde door moest gaan. Een dag later vergooide Van der Duim definitief zijn kansen op de titel door tijdens de 1500 meter op een kroonkurk te stappen en onderuit te gaan.
Vermaard werd werd ook zijn optreden tijdens het WK van 1983 in Oslo. Van der Duim was kort daarvoor Europees kampioen geworden en op dat moment nog regerend wereldkampioen. Naar het voorbeeld van het wielrennen verscheen hij in een regenboogpak op de baan. Zijn 500 meter was nog uitstekend (tweede), maar op de 5000 meter had hij "pap in de benen", eindigde als zeventiende en verspeelde zo een startplaats op de afsluitende afstand. Over dat pak is nadien nog veel gezegd.
Van der Duim was ondanks die strapatsen een succesvol schaatsenrijder die tweemaal wereldkampioen (1980 en 1982) en tweemaal Europees kampioen (1983 en 1984) allround schaatsen werd. In 1980 versloeg hij, tot verrassing van iedereen, de onverslaanbaar geachte Amerikaan Eric Heiden. Het weer speelde een grote rol tijdens dat toernooi, maar Van der Duim bewees beter dan anderen in de storm overeind te kunnen blijven en won de 1500 meter, die heel vaak beschouwd wordt als een sleutelafstand. In dat toernooi was dat zeker het geval.
De ijsmeester van Heerenveen verklaarde overigens jaren later met de dweilpauzes te hebben gemanipuleerd, waardoor op de 10.000 meter Van der Duim op goed ijs en Heiden op aangeslagen ijs moest rijden.
Merkwaardig is dat juist de 1500 meter zijn lastigste afstand was: op die afstand had hij ook zijn minst tot de verbeelding sprekende persoonlijke toptijd staan. Echter, op drie van de vier toernooien waar hij de titel pakte, won hij die afstand: alle drie de keren tijdens een stevige storm. Waarschijnlijk zou Van der Duim op moderne, overdekte, snelle schaatsbanen minder succesvol zijn: de omstandigheden zijn daar gewoon niet zwaar genoeg.
Zijn beste seizoen was waarschijnlijk 1982, toen hij derde werd tijdens de EK in Oslo en wereldkampioen werd voor eigen publiek in Assen. Hij verbeterde diverse persoonlijke en Nederlandse records en stond nog heel kort tweede op de wereldranglijst.
De Olympische Spelen van 1984 in Sarajevo kwamen voor hem waarschijnlijk iets te laat: op alle afstanden waar hij aan deelnam bleven medailles buiten bereik. Niet onvermeld mag echter blijven dat Van der Duim zevenmaal Nederlands kampioen werd, van 1978-1984; dat is een record.
In 1986 debuteerde hij in het peloton van marathonschaatsers en maakte daar direct indruk door het hoge tempo dat hij het peloton oplegde. Op 28 november 1986 verbeterde hij het werelduurrecord tot 39.492,8 meter. Van der Duim stopte in 1987 noodgedwongen met schaatsen ten gevolge van een ernstig auto-ongeluk.
Luc Leblanc
Wereldkampioen wielrennen van '94
Luc Leblanc (Limoges, 4 augustus 1966) is een voormalig Frans wielrenner. Hij won twee etappes in de Ronde van Frankrijk en finishte driemaal bij de beste zes in het eindklassement. Zijn grootste zege was echter het wereldkampioenschap in 1994. Daarnaast won Leblanc diverse kleine wedstrijden, zoals de GP Ouest France-Plouay, de Midi Libre en de GP van Wallonië. Na de Tour de Dopage van 1998, waarin hij regelmatig als woordvoeder van de wielrenners had opgetreden, kon Leblanc geen nieuw team meer vinden en kwam zijn carrière ten einde.
Sport op 04 augustus:
1972 - Mark Spitz verbetert bij olympische kwalificatiewedstrijden in Chicago tot twee keer toe zijn eigen wereldrecord op de 100 meter vlinderslag; de Amerikaan zwemt in de series een tijd van 54,72, in de finale komt hij tot 54,56.
2006
- Jenson Button behaalt zijn eerste Formule 1 Grand Prix overwinning op de Hungaroring.