SPORTKRONIEK.NL

Sportgeschiedenis op internet

Kees Broekman

Nog nooit zo weinig aandacht voor een Europese titel

02 juli 1927

Kees BroekmanIn de jaren ’50 was Kees Broekman de eerste Nederlandse schaatsvedette. Broekman was wereldrecordhouder op de 5000 meter met de toen prachtige tijd van 8 min. 6,6 sec., nummer vijf op de wereldranglijst, Nederlands kampioen en recordhouder. Broekman werd op 01 februari 1953 de eerste Nederlandse Europees kampioen schaatsen. Kees Broekman - een sterke, wat in zichzelf gekeerde verwarmingsmonteur uit De Lier in het Westland heeft voor die overwinning nooit de aandacht gekregen die het wellicht verdiende. Op 01 februari 1953 overkwam Nederland één van zijn grootste natuurrampen in de historie; de watersnoodramp in Zeeland. 

Broekman was een echt natuurtalent zoals er maar één in de zoveel tijd wordt geboren. Siem Heiden, die kort na de oorlog met schaatsers uit de omgeving op de ijsbaan van Charlois te Rotterdam trainde, ontdekte Broekman. Dat gebeurde op een vrij ongewone wijze. Heiden zelf een vermaard schaatser leidde zoals altijd de training. Tot de jongens die achter Heiden aanreden, behoorde Henk Broekman, een oudere broer van Kees, met wie het echter niet zo best ging. Heiden, die meteen zei waar het op stond, vroeg aan Henk, hoe oud hij was. „23," was het antwoord ,,Dan wordt het nooit wat met jou; heb je niet een jonger broertje?" zou het antwoord van Heidenn zijn geweest. 

Ja. Henk had wel een jonger broertje, die aardig rijden kon ook, maar hij had geen Noren en geen schaatspak. „Dan leent-ie die maar," beval Heiden. De autoriteit van de coach werd toendertijd niet in twijfel getrokken en Henk bracht de volgende dag broertje Kees mee. Broekman junior vile meteen met zijn neus in de boter. He leek Heiden wel een goed idee om meteen maar mee te doen aan de wedstrijden om de kampioenschappen van Zuid-Holland. 

Broekman deed toen al iedereen verbaasd staan over zijn 5000 meter. Zijn 500 meter was echter erbarmelijk. Toch nam Heiden hem de dag daarop [!] mee naar de kampioenschappen van Nederland in Heerenveen. „Alleen maar om te kijken," had coach Heiden hem gerustgesteld. 

De inschrijving voor het NK was al gesloten, maar Heiden bewoog hemel en aarde en Kees mocht rijden. Hij werd de sensatie van Heerenveen. Piet Keyzer, eveneens uit De Lier, werd kampioen van Nederland. Maar Kees, dat verlegen achttienjarige mannetje, van wie nog nooit iemand had gehoord, werd tweede op de 10.000 meter en vijfde in het algemeen klassement! 

Met de snelheid van een meteoor schoot hij daarna omhoog. Het begon in Februari 1947 in Oslo met het winnen yan de 10.000 meter in een groot, internationaal gezelschap. Dit was een prestatie die sinds de dagen van Jaap Eden en Coen de Koning niet meer door een Nederlander was geleverd.

Zijn loopbaan werd er daarna een van ups en downs. Zijn 500 meter bleef een uiterst zwak nummer, maar ook mentaal bleek Broekman niet zo sterk te zijn. Hij miste de echte vechtlust en was gauw ontmoedigd. Had Broekman de wind mee dan behoorde hij tot de sterksten ter wereld. Vooral op de lange afstanden toonde Broekman zich een begenadigd stayer. 

Na de teleurstellingen op de Olympische Spelen 1948 te St. Moritz, werd hij eerste op de 5000 meter bij de Europese kampioenschappen te Hamar en een paar weken later bij de wereldkampioenschappen te Helsinki won hij zowel de 5000 als de 10.000 meter, terwijl hij tweede werd op de 1500 meter. Door zijn zwakke 500 meter werd hij toch slechts vierde in het eindklassement. Indien hij de 1500 meter ook had gewonnen, zou hij in 1948 wereldkampioen zijn geworden. 

Nog dichter kwam hij in 1949 te Oslo bij de wereldtitel, maar het was de naar Zweden uitgeweken Hongaar Kernel Pajor, die Broekman op het laatste moment op de 10.000 meter de pas afsneed. De jaren daarna reed Broekman in de schaduw van het Noorse fenomeen Hjalmar Andersen, die op de Olympische Winterspelen te Oslo ook het goud greep en aan Broekman het zilver liet op de 5 en 10 km. 

Toen Andersen zich in 1953 terugtrok, kreeg Broekman eindelijk zijn grote kans en greep die te Hamar, waar hij Europees kampioen werd. Door de komst van de Russen in Helsinki ontging Broekman in 1953 weer de wereldtitel. In 1954 zou Broekman weer in de schaduw blijven van de concurrenten uit Rusland, Noorwegen en Zweden, die hem vooral op de korte en middenafstand overvleugelden. Broekman rekte zijn carierre tot 1960. Hij deed toen zelfs nog mee aan de olympische spelen.

01.02.2007 | Bron: Sport en spelen in woord en beeld |