SPORTKRONIEK.NL

Sportgeschiedenis op internet

Egbert van 't Oever

Nestor op het ijs

15 juli 1927

Zelfs levensbedreigende ziekte kreeg Egbert van 't Oever niet van het ijs. Us waarop hij een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht. Als schaatser was hij vlak na de oorlog een minimale topper. Als coach werkte hij met grootheden als Hilbert van der Duim, Yvonne van Gennip en Marianne Timmer. 'Een moordgozer', noemt de koningin van Nagano haar voormalige  73-jarige begeleider. 

De 20-jarige Egbert van 't Oever debuteert in de vlak na de oorlog populaire koppelwedstrijden op natuurijs. 23 december 1950 volgt zijn eerste optreden op de langebaan. De kleine Lissenaar wint en eindigt kort daarna als negende op het NK, Zijn kwaliteiten als stayer staan garant voor een plek in de nationale top, zij het in de schaduw van beroemde tijdgenoten als Kees Broekman, Wim van der Voort en Anton Huiskes. 

Olympische Spelen 1952
In 1952 komt hij uit op de Spelen in Oslo. De Noor Hjalmar Andersen wint drie keer goud, Van't Oever wordt negentiende op de twee langste afstanden. In 1954 wordt hij nationaal kampioen, een jaar later tweede op het NK en twintigste op het EK. Zijn internationale loopbaan sluit hij af op de Speten van 1956 met een tien kilometer tegen de Noorse legende Knut Johansen die hem op anderhalve ronde rijdt.

1957-1962
De tijd van trainingskampen in Noorwegen is voorbij. Van't Oever schaatst alleen nog in eigen land en legt zich toe op het trainersschap. Hij begint op clubniveau, als conditietrainer. Vooral door de wereldtitel van Henk van der Grift  in 1961 wordt Nederland langzaam schaatsgek.

In datzelfde jaar gaat de eerste kunstijsbaan open: de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Van't Oever is er de eerste ijstrainer, van de gewesten Noord-Holland/Utrecht en Zuid-Holland. In 1962 laat hij nog één keer zelf zien hoe het moet. Bij het wegens dooi voortijdig afgebroken NK in Assen eindigt hij als zevende.

1963
Kernploegtrainer Piet Zwanenburg wordt ziek en Egbert van't Oever mag als vervanger mee naar een trainingskamp in Noorwegen. De ploeg bestaat uit illustere namen: Henk van der Grift, Rudi Liebrechts, Arie Zee, Gerben Karstens (de latere topwielrenner) en Peter Nottet. Later worden de talenten Kees Verkerk en Ard Schenk toegevoegd.

Samen met coach Klaas Schenk, de vader van Ard, begeleidt Van 't Oever Oranje op de grote toernooien: het EK in Gothenburg en het WK in Karuizawa. Een onverdeeld succes is dat niet. De beginnende trainer heeft wat weinig ervaring. Het kernploeg-avontuur blijft beperkt tot één seizoen. Vooralsnog.

1964-1977
Na de spotlights van de kernploeg keert Van't Oever terug in de betrekkelijke anonimiteit van 'zijn' gewest: Noord-Holland/Utrecht. Hij wint er de Usselcup, met schaatsers als Ard Schenk. Frits Battling, Piet Modder en later Ab Krook. Hij leidt talloze talenten op en doet dat zo goed dat de KNSB hem trainer maakt van Jong Oranje.

Na de succesjaren van Ard en Keessie, en later Van Helden en Kleine, dreigt het Oranje-schaatsen in de tweede helft van de jaren zeventig internationaal terug te vallen. Kernploeg-coach Leen Pfommer laat zijn oog vallen op de jeugd-ploeg van Van 't Oever, met talenten als Hilbert van der Duim, Frits Schalij en Yep Kramer. Als Van 't Oever weigert zijn pupillen vervroegd over te hevelen naar de senioren, stapt Pfrommer op. Wie zou hem opvolgen?

1977-1981
Tjaart Kloosterboer wordt conditietrainer van de mannen-kernploeg, Van't Oever gaat de ijstraining doen. Uiteraard stappen de talenten Van der Duim, Schalij en Kramer nu wel over naar de senioren. Ondanks veel kritiek-tegenstanders noemen Kloosterboer en Van' Oever in die dagen gekscherend Bassie en Adriaan-zlt er aanvankelijk een stijgende lijn in de prestaties.

Op de Spelen van 1980 pakt Pief Kleine zilver op 10 kilometer. Ook Hilbertvan der Duim werkt met vallen en opstaan op tot de wereldtop. Zijn grootste triomf viert de kleurrijke Fries drie weken na de Spelen het WK in Heerenveen. Hij grijpt verrassend de titel, voor Eric Heiden. In zijn schaduw ontwikkelt  stylist Frits Schalij zich tot een verdienstelijk subtöpper.

1982
Na een rampjaar van Hilbert van der Duim zijn de dagen van Van 't Oever en Kloosterboer geteld. Vogelpoep het EK, een rondje te weinig op het WK, een val op het WK enn startplaats voor Nede land verspelen: Van 't Oever mag terug naar de jeugdploeg en wordt opgevolgd door Henk Boer.

Tallentvolle jeugd heeft Nederland in die jaren genoeg. Hein Vergeer, RobertVunderink, Yvonne van Gennip. De laatste rijden zelfs soms bij de de senioren. Op het WK voor junioren wordt Van Gennip tweede en eindigt Ingrid Har'inga in de achterhoede. Bij de jongens eindigen Gert Jakobs (later wielrenner) en Henk Groen veertinde en vijftiende.

1983-1987
Opnieuw keert Van't Oever terug naar het gewest Noord-Holland/Utrecht. Hij wordt trainer van de vrouwen en valt vooral op door de prestaties van zijn pupil Petra Moolhuizen, die regelmatig kernploeg-rijdsters klopt Naast het schaatsen raakt hij later in de jaren tachtig betrokken bij een wielerploeg met Ingrid Haringa  en Leontien van Moorse! . Ook blijft hij zelf volop sporten: lopen en fietsen, als het maar lang genoeg is. Rond zijn zestigste scherpt hij zijn pr op de marathon aan tot 2 uur en 59 minuten. Als ultraloper klokt hij 7 uur en 50 minuten op de honderd kilometer.

1987-1988
Na het teleurstellende EK van 1987 neemt de KNSB vervroegd afscheid van vrouwencoach Dinus Vos. Wie moet hem opvolgen? Yvonne van Gennip heeft nog altijd goed contact met haar ex-coach Kloosterboer, maar hem zien ze bij de bond liever niet terugkeren. Egbert van't Oever dan maar weer.

De ervaren coach schept een goede sfeer. Hij laat Van Gennip in haar waarde en staat trainingsadviezen van Kloosterboer toe. Door een reeks blessures in het voorseizoen vertrekt de Haarlemse in 1988 hooguit als outsider naar de Spelen van Calgary. Eenmaal op Olympisch ijs slaat ze ongeëvenaard toe: goud op 1500,3000 en 5000 meter. Glory Days, niet in het minst voor Van 't Oeverl

1984-1994
Geleidelijk aan moet zelfs Van 't Oever onder ogen zien dat aan alles een einde komt In plaats van actief op het ijs, gaat hij zich steeds meer bemoeien met de organisatie achter de schermen. Vanaf 1984 doet hij de planning en organisatie voor de KNSB. In 1990 wordt hij Ridder in de Orde van Oranje Nassau, in '92 en '94 gaat hij als chef d'equipe van de schaatsploeg mee naar de Spelen van Albertville en Lillehammer. In die hoedanigheid ziet hij Bart Veldkamp goud winnen, Leo Visser goud verliezen en Johann Olav Koss schitteren.

1995-2000
Als Rintje Ritsma besluit een commerciële schaatsploeg te starten, is zijn eerste prioriteit een goede organisatie. Wie kan hij daarvoor beter inhuren dan de op dat moment 68-jarige Egbert van't Oever? Die van de bond overstapt en zich in het commerciële avontuur stort. De Sanex-ploeg forceert een doorbraak in de schaatswereld.

In 1999 komt Marianne Timmer erbij. Van't Oever maakt zijn zoveelste rentree als coach. Timmer kent hem nog uit de jeugd. Het klikt. In het tweede jaar blijken haar belangen en die van Ritsma te ver uiteen te lopen. Samen met Van 't Oever gaat ze haar eigen weg, die onder andere leidt naar een derde plaats op het WK sprint

2000-2001
Als Marianne Timmer overstapt naar DSB is een van de voorwaarden dat Van't Oever mee mag. Maar dan de schok, in het voorjaar: Van 't Oever heeft darmkanker. Fanatieker dan ooit gaat hij het gevecht aan. Optimistisch staat hij bij zijn zoveelste Usselcup de hele schaatswereld te woord. Het gaat goed, hij mag van de artsen het hele jaar met de ploeg mee. Op 05 oktober 2001 moet Van 't Oever de strijd tegen darmkanker opgeven. 

13.01.2007 | Bron: Sport International |