Josia Thugwane: Het levensverhaal van een Zuid-Afrikaanse hardloper

woensdag 25 juni 2008

Josia ThugwaneJosia Thugwane is een doodnormale Zuid-Afrikaan. Hij werkt voor een mijnmaatschappij, heeft het niet breed en ontdekt dan toevallig dat hardlopen hem wel ligt. Joshia heeft dan één doel; zich kwalificeren voor de Olympische Spelen van 1996.

De confrontatie had plaats in de oude pick-up truck van Thugwane, een Mazda. Hij was gestopt om drie lifters, van wie hij er eentje herkende, op te pikken. Dat is normaal in Zuid-Af'rika. De hem bekende lifter liep echter naar een Nissan, die achter de pick-up was gestopt, De twee onbekenden stapten bij hem in en Thugwane reed weg, gevolgd door de Nissan. Een BMW ging voor hem lijden en verminderde vaart. Eén van de mannen in zijn auto haalde een pistool te voorschijn, waarschijnlijk wilden ze zijn auto stelen. Ook dat is normaal in Zuid-Afrika.

Thugwane stampte op het gaspedaal en draaide het stuurwiel eerst naar links en toen naar rechts. De pick-up slingerde en kwam los van de aarde. Weer gaf Thugwane een kik aan het stuur, waarna de lifter de trekker overhaalde. 'Ik voelde niets', zegt Thugwane, 'zelfs geen pijn. De kogel ging door de voorruit nadat hij me had geraakt en ik zag overal bloed. 

Ik opende de deur, terwijl de pick-up nog reed, rukte mijn gordel los en sprong eruit.' Wat zou het gevolg zijn geweest als het pistool een centimeter meer zijn richting had uitgewezen? Of een halve centimeter. Wat als Thugwane onder de pick-up was gekomen? Dan zou er vijf maanden later geen Atlanta voor hem zijn geweest; geen triomfantelijke intocht in het stadion aan hel einde van de marathon voor dit mannetje van 1,57 meter dat ineens het symbool van alle hoop op de wederopbouw van zijn land was geworden. 

Hij schreef geschiedenis. De eerste zwarte man van Zuid-Afrika die een gouden medaille won. 'Dit is het gezicht van zijn land, het gezicht van de gouden Zuid-Afrikaan', aldus president Nelson Mandela. Een gezicht ook vol onschuld: de 25-jarige Thugwane was een kans van één op duizend, die tijdens die race van twee uur, 12 minuten en 36 seconden, jaren van verwaarlozing en hele generaties veranderingen van zich afliep.

TOWNSHIP MZINONI, ZUID-AFRIKA
De uitgestrekte grasvelden zijn bruin gekleurd. Het is in het vroege voorjaar. Het regenseizoen vangt eind november aan en voor de zomer in december begint, zijn de velden weer groen. Daar, ongeveer tweehonderd kilometer ten oosten van Johannesburg, bracht Thugwane zijn jeugd door. Wie goed kijkt, kan de schuurtjes en hutten bijeen zien staan, soms alleen maar herkenbaar aan de rookpluim van een open haard tegen de blauwe lucht. 

Thugwane woonde in één van die hutten; hij groeide er op, onberoerd door staatsscholen of het moderne leven. Het naakte bestaan. Thugwane werkt voor Koomfontein, de mijnbouwmaatschappij, die ongeveer vijftig kilometer noordelijker gelegen is. De mijnen - hier steenkool, verderop goud en diamanten - zijn altijd het traditionele alternatief' geweest voor het werk op het land, dat de zwarten voor de blanke Afrikanen verrichten.

Een grimmige keus, met lage lonen, gevaarlijke werkomstandigheden en een lage levensverwachting. Langzamerhand zijn de werkomstandigheden in de mijnen verbeterd door het ontstaan van vakbonden en door concessies die de maatschappijen hebben gedaan toen er een eind aan de apartheid kwam. Maar de mijnen zijn nog steeds geen plezierige plek om in je levensonderhoud te voorzien. Thugwane verdiende hier vijf maanden voor de Olympische Spelen ongeveer vijfhonderd gulden per maand. Het traditionele alternatief voor de zwarten voor het wonen op het platteland zijn de townships, de bij de wet geregelde apartheidsghetto's. Nog zo'n grimmige keus.

Thugwane's huis is een hut van golfplaat met vier vertrekken aan de rand van een wirwar van gelijksoortige bouwsels. Duizenden hutten. Er is geen elektriciteit en geen stromend water in dit deel van het township Mzinoni. Thugwane betrekt zijn elektriciteit van een kleine generator. De enige permanente bouwsels binnen het gezichtsveld zijn de betonnen buiten-wc's achter elke hut. 

De straten hebben geen naambordjes, alleen nummers voor elk stuk land. Het nummer van Thugwane is 7037. 'Dit stuk land heet een plaats', zegt de veiligheidsman. 'Als je hier wilt wonen, moet je een plaats aanvragen bij de township. Je naam komt op een wachtlijst. Op een gegeven moment word je opgeroepen. De township zet een stuk land af'en bouwt een wc. De township onderhoudt het toilet en houdt de weg schoon, dat is alles. De rest moet je zelf'doen.' 

Thugwane vertelt: 'Ik heb het huis samen met een andere man gebouwd toen ik besloot om te gaan trouwen. Het heeft ons vier, hooguit vijf dagen gekost.' Het bezit van een eigen huis, hoewel het aan één kant doorzakt omdat de grond niet egaal is, was tot voor kort Thugwane's grootste symbool voor zijn succes. Dit had hij verdiend met hardlopen. Geld was ook de voornaamste reden waarom hij met hardlopen begon. En ermee doorging. Voor heel weinig geld. Thugwane voetbalde tot zijn zeventiende, maar hij was zo klein dat hij ook zelf'wel inzag dat het niets zou worden. Hij keek uit naar andere mogelijkheden en kwam er achter dat hardloopwedstrijden prijzengeld opleverden. Had hij niet altijd al hard gelopen, overal heen, gemakkelijk en snel, kilometers door de velden alleen maar om een vriend te bezoeken of iets te eten te halen? Hij besloot om zich serieus met atletiek bezig te gaan houden. 

Hij wilde loopschoenen maar dat was simpeler gezegd dan gedaan. 'Ik had geen geld voor nieuwe schoenen, kende iemand die loopschoenen had, dezelfde maat als ik', vertelt Thugwane. Hij zei dat hij de schoenen wel wilde verkopen voor 180 rand (ongeveer 25 euro). Ze waren weinig gebruikt. Ik mocht ze met kleine  bedragen afbetalen. 

Ik liep wedstrijden ei wat geld won, dan betaalde ik hem af. De laatste termijn was 75 rand, toen had ik een marathon gewonnen. Daarna kocht ik schoenen bij een sportwinkel op dezelfde basis. Toen ik vijfde werd in een marathon in Sun City, won ik 700 rand en kon ik de schoenen in één keer afbetalen.'

Dat hardlopen bezorgde hem ook een baantje in de mijnen. De maatschappijen kennen al  heel lang traditionele sportwedstrijden, mijn tegen mijn, en succes op atletiekgebied was manier om aan werk te komen. Niet altijd een goede baan, maar toch werk. Thugwani kreeg een baantje in de keuken van de arbeiderskantine. 

Hij liep hard met het team van de mijn op trainingen en wedstrijden. Dat deed hij op zijn eigen houtje. Hij had geen coach. Wel ,meldde hij zich aan bij Tony Longhurst, een Engelsman die in Zuid-Afrika woonde, om betere wedstrijden voor hem uit te zoeken. 

Longhurst stuurde hem trainingsschema's en voedingsadviezen maar Thugwane ging feitelijk zijn eigen gang. In de herfst van 1993 had hij een beetje nationale bekendheid verworven. Hij was dat jaar derde geworden in de Dode Zee-marathon in Israël en had daarna de marathon van Zuid-Afrika gewonnen.

Daarmee had wat geld verdiend. Hij nam voor drie maand en ontslag bij de mijnen en stopte tijdelijk met hardlopen. Hij trouwde en bouwde een huis op nummer 7037. Hij zette er een schuur tegenaan waar hij de buren bier verkocht om wat extra geld te hebben. 

Het barretje was belangrijk voor hem, want zijn baan bij de mijnen was intussen door iemand anders ingenomen. Er was hem ondergronds werk aangeboden, maar had dat hij geweigerd omdat hij bang was dat de stof van de steenkool in zijn longen slecht voor het hardlopen zou zijn. Hij had juist alles atletiek gezet.

Hij won de marathon in Pretoria in december 1993, werd veertiende in de rnarathon van Zuid-Korea in het voorjaar van 1994 en won de Foot of Africa Marathon, in Bredasdorp aan het einde van dat jaar. De directie van vroeg hem terug te komen en beloofde dat hij  niet ondergronds hoefde te werken, maar dat hij  schoonmaker kon worden van de barakken waar veel arbeiders waren ondergebracht. 

In 1995 liep hij in Honolulu en won. Zijn doel daarna was het Zuid-Afrikaanse Olympish team. Aangezien hij in New York, een belangrijke kwalificatierace voor Zuid-Afrika, niet gefinisht  was, had hij nog maar één kans. Hij moest kampioen van Zuid-Afrika worden. Het uit drie man bestaande team voor de Olympischemarathon was al samengesteld. En zou alleen gewijzigd worden als een ander de Zuid-Afrikaanse titel zou winnen. Dat werd Thugwane, in 2:11.46. 'Ik had geen keus', hij. 'Het was alles of niets.' 

Het leek prima voor elkaar. Zijn vrouw schonk hem hun tweede dochter, Thandiwe. Hij was terug bij de mijnen. Hij had een pick-up gekocht om zijn kroeg zelf te kunnen bevoorraden. En hij mocht naar de Olympische Spelen. Het ging hem voor de wind. 

Twee weken nadat hij zich had gekwalificeerd voor de Spelen, reed hij rond in zijn pick-up, op zoek naar een paar koeien die hij zou kunnen kopen om zijn lobola te betalen, de bruidsschat die een Ndebele-man aan de ouders van zijn vrouw verschuldigd is. De bruidsschat was acht koeien en duizend rand. En toen stopte hij om de lifters op te pikken.

'Ik ben naar de politie gegaan, niet naar ziekenhuis', zegt hij in een beschrijving van wat er gebeurde nadat hij was geraakt. 'Ze deden er niets aan. Ik vertelde hun wie het gedaan omdat ik een van de drie mannen had herkend. maar toch deden ze er niets aan. 

Waarom niet?  We vonden de pick-up terug aan de andere kant van de township. Met een lege benzinetank. Getuigen vertelden de politie wie de auto hadden achtergelaten. De politie zei dat ze in dat gedeelte van de township geen zeggenschap had. Ik was doodsbang. 

Na het incident werd ik bedreigd. Ze wilden me vermoorden. Hier je zulke bedreigingen serieus nemen. Ik was bezorgd om mijn gezin, wilde hen niet alleen laten. Maar wat kon ik doen? Ik kon alle god vertrouwen.' De trip naar de Olympische Spelen leek ineens niet meer zo'n uitdaging meer. 

Volgende week het vervolg: Gaat Josia naar de Olympische Spelen of niet?