|
De Nederlandse voetbalhistorie kent een aantal
legendarische spelers, maar Bep Bakhuys behoorde tot de allergrootsten. Ook
buiten de voetbalsport leidde hij een stormachtig bestaan.
Bakhuys werd geboren in Nederlands-Indië maar verhuisde als jongen naar Den Haag. Daar debuteerde hij in 1925 in het eerste elftal van landskampioen HBS. Vanaf 1927 kwam hij uit voor ZAC uit Zwolle, waar hij als pupil ook voor had gespeeld. Een jaar later speelde hij zijn eerste interland, tegen Italië.
Na een mislukte poging in Nederlands-Indië carrière te maken keerde hij in 1933 terug in Zwolle. Daarna werd hij een vaste kracht in Oranje.
Het was de tijd van Karel Lotsy’s ‘mental training’ en van spelers als
Halle, Paauwe, Van Heel, Wels, Vente en Smit. In de interland tegen België,
voorjaar 1934, scoorde Bakhuys met de beroemd geworden zweefduik. Een dergelijk doelpunt wordt in Nederland nog altijd een goal à la Bep Bakhuys genoemd.
Het jaar 1934 werd ook het jaar van ‘We gaan naar Rome’. Jammer genoeg
werd Nederland tijdens die WK al vroeg uitgeschakeld. Toch vormden deze jaren
een hoogtepunt in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Bakhuys kwam
talloze malen voor Oranje uit en scoorde gemiddeld minstens een keer per
wedstrijd.
Als voetballer speelde Bakhuys zich dan wel in de schijnwerpers, met zijn
maatschappelijke carrière wilde het niet vlotten. Er moest echter brood op de
plank komen, zeker nadat hij in 1936 in het huwelijk was getreden. Nu was het
in die tijd een publiek geheim dat heel wat spelers van hun club ‘van onder
de toonbank’ geld kregen toegestopt.
Toen hij een sigarenzaak begon, aangeboden door zijn club
VVV, werd hij door de KNVB merkwaardigerwijs niet meer als amateur beschouwd en als lid geschorst. Dit leverde een grote rel op. Daarna vertrok Bakhuys naar Frankrijk, waar hij bij FC Metz profvoetballer
werd
Spelen voor Metz noemde Bakhuys echter zijn maatschappelijke
redding. Met een korte onderbreking door de Tweede Wereldoorlog, hield de
rusteloze Bakhuys het in Frankrijk tot 1947 uit.
Definitief terug in Nederland, had hij van de zijde van de
KNVB nog altijd een antistemming te verduren. Waarom? Omdat de ‘wondermidvoor’ het amateurideaal te schande had gemaakt door als professional bij Metz in Frankrijk te gaan voetballen. ‘Voor de KNVB was Bakhuys in 1937 overleden zonder te
sterven.
’Het bestaan bleef uiterst moeizaam. Zijn huwelijk liep op
de klippen en tot overmaat van ramp kreeg hij tbc, waarvoor hij in een
sanatorium belandde.
Na zijn herstel aanvaardde hij een weinig spectaculaire
administratieve functie om in zijn levensonderhoud te voorzien. Maar vanaf de
zijlijn bleef Bakhuys zijn geliefde sport volgen. Hij werd onder meer
tv-commentator en liet zich graag interviewen over zijn vroegere prestaties.
In 1982 kwam het einde in een Haags ziekenhuis.
|