James Naismith, de uitvinder van het basketbal
15 december 1891
James
Naismith bedacht op 15 december 1891 de basketballsport. Naismith was
werkzaam als gymnastiekleraar op de YMCA International Training School
in Springfield, Massachusetts. In de winter van 1891 kreeg hij van de
schoolleiding opdracht een spel te verzinnen voor de scholieren.
Vanwege de strenge winter was het spelen van buitensporten niet
mogelijk. Uiteindelijk bevestigde hij twee perzikmanden aan het balkon
op ieder eind van de gymzaal en kwam met 13 regels voor het spel.
Naismith vormde twee teams van negen spelers, elk proberende een voetbal
in de mand te mikken. Basket Ball, zoals het toen werd genoemd, was
officieel uitgevonden.
In 1895 verhuisde Naismith naar het YMCA in Denver, een afdeling van de
Amerikaanse jeugdherbergen organisatie. Later gaf hij leiding op de
sportfaculteit van de Universiteit van Kansas, waar hij 36 jaar bleef.
Hij stierf in Lawrence, Kansas, in 1939, drie jaar nadat zijn spel een
officiële Olympische sport werd tijdens de spelen in Berlijn.
Begintijd basketball
Bijna net zo snel als Naismith het spel had bedacht in Springfield,
groeide het in populariteit en ontwikkeling met nieuwe regels en
uitrusting. De borden werden een spelonderdeel in 1893. Zij werden
geplaatst om te voorkomen dat de toeschouwers op de balkons, welke
dienst deden als tribune, mee gingen doen aan het spel door over de
reling te hangen. De eerste borden waren overigens gemaakt van draad,
maar de teams maakten al snel gebruik van de mogelijkheid om de bal
makkelijker in de basket te werpen. In 1904 werden houten borden
ingevoerd. Glazen borden werden toegestaan vanaf 1909. De fans van
vandaag de dag zouden met moeite de sport herkennen, zoals deze was
gedurende de eerste wedstrijden. Ten eerste waren de tenues anders:
Naismith’s eerste team in Springfield droeg zwarte wollen truien met
lange mouwen en een grijze broek.
De oorspronkelijke spelregels
-De bal mag in elke richting geworpen worden, met één of met twee
handen.
-De bal mag in elke richting geslagen worden, met één of met twee
handen, maar nooit met de vuist.
-Een speler mag niet met de bal lopen. De speler moet de bal gooien van
de plek waar hij hem gevangen heeft, waarbij enige speelruimte in acht
genomen dient te worden voor een speler die de bal vangt terwijl hij
hard aan het rennen is.
-De bal moet in of tussen de handen gehouden worden; de armen of het
lichaam mogen gebruikt worden om de bal vast te houden.
-Op geen enkele manier is het een tegenstander toegestaan met de
schouders te duwen, vast te houden, te duwen, te laten struikelen of te
slaan; de eerste inbreuk op deze regel levert de speler in kwestie
diskwalificatie op, tot het volgende doelpunt wordt gemaakt. Wanneer het
duidelijk de bedoeling was een speler te blesseren, dan geldt de
diskwalificatie voor de hele wedstrijd en is een wissel niet toegestaan.
-Een fout is: het slaan tegen de bal met de vuist; overtreding van de
regels 3 en 4, en de gevallen omschreven in regel 5.
-Wanneer één van beide teams drie opeen volgende fouten maakt, dan
telt dat als doelpunt voor de tegenpartij (opeenvolgend betekent: zonder
dat de tegenpartij ondertussen een fout heeft begaan).
-Een doelpunt wordt gemaakt wanneer de bal vanaf het veld in de basket
geworpen of geslagen wordt en daar blijft. De spelers die de basket
verdedigen mogen het doel niet aanraken of doen bewegen. Als de bal erop
blijft liggen en de verdediging beweegt de basket, dan telt dat als een
doelpunt.
-Als de bal buiten gaat, moet deze in het veld geworpen worden door de
eerste persoon die de bal heeft aangeraakt. In geval van onenigheid moet
de scheidsrechter de bal in het veld gooien. Degene die de bal ingooit
heeft daar vijf seconden voor. Als het langer duurt, gaat de bal naar de
tegenpartij. Als één van de partijen blijft doorgaan tijd te rekken,
dan moet de scheidsrechter een fout fluiten tegen dat team.
-De "umpire" moet de spelers beoordelen en de fouten noteren
en de scheidsrechter waarschuwen wanneer drie opeenvolgende fouten zijn
begaan. Hij heeft de bevoegdheid om spelers te diskwalificeren volgens
regel 5.
-De scheidsrechter moet de bal beoordelen en beslissen aan wie de bal
toebehoort wanneer die in het spel is, op het speelveld. Hij moet ook de
tijd bijhouden. Hij beslist wanneer een doelpunt gemaakt wordt en houdt
de score bij, samen met de andere taken, zoals die gewoonlijk door een
scheidsrechter vervuld worden.
-De tijd bestaat uit twee helften van vijftien minuten, met vijf minuten
rust daartussen.
-De partij die in die tijd de meeste doelpunten maakt wordt tot winnaar
uitgeroepen. In geval van een gelijk spel kan de wedstrijd, wanneer
beide aanvoerders daarmee instemmen, voortgezet worden tot een doelpunt
wordt gemaakt.
In
het jaaroverzicht worden de sportieve gebeurtenissen per jaar behandeld.
Vanaf 1988 worden de krantberichten uit diverse Nederlandse kranten
integraal overgenomen.