De eerste zesdaagse wordt verreden  

04 december 1899

Renners rijden rustig hun rondjes in 1947 tijdens de zesdaagse van Parijs Op 4 december 1899 weerklonk in het wereldberoemde Madison Square Garden het startschot voor de eerste zesdaagse. Voor ploegen welteverstaan, want al bijna een kwarteeuw vroeger was de eerste soortgelijke wedstrijd georganiseerd voor individuelen. In honderd jaar tijd is veel veranderd, maar de zesdaagsen hebben overleefd, dankzij de onweerstaanbare aantrekkingskracht die ze nog steeds hebben op het publiek

De zesdaagse is entertainment in een topsportjasje, of andersom. De wielrenners zorgen voor show, spektakel in de koppelkoers en spanning in het klassement dat natuurlijk pas in een ’bloedstollende’ finale wordt beslist.  Zes dagen en nachten fietsen, dat leek de Amerikanen wel wat en Amerika is dan ook de bakermat van de 'Six'. Een aantal Engelse 'Zesdaagse'-renners trok in 1895 naar New York voor de allereerste echte Zesdaagse.  

De renners reden nog individueel en niet met koppels en de winnaar was Plugg Bill Martin, die liefst 142 uur overeind bleef. Zonder slaap, want wie ging slapen, verloor vele ronden. Martin bereed overigens een fiets van hout met ijzeren wielen, want van banden, laat staan luchtbanden, had men nog nooit gehoord. In 1897 werd voor het eerst in het beroemde Madison Square Garden gefietst. In hartje New York won Charly Miller, die ook een jaar later zou winnen. 

Toen besloot men in 1899 alleen met koppels te gaan rijden. De 'madison' was geboren. Dat werd de benaming van de koppelkoers die sinds dat jaar dus een nieuw tijdperk inluidde. De eerste officiële zesdaagse werd gehouden op 4 december 1899 in het Madison Square Garden in New York. Dit betrof een wedstrijd voor koppels (team van twee personen).  

Nog steeds populair
Niemand had verwacht dat het fenomeen 'zesdaagse' honderd jaar later nog steeds zou bestaan. De steden waar in de loop van deze periode meer dan 40 zesdaagsen werden gereden zijn: Berlijn, Dortmund, Gent, Antwerpen, Brussel, Kopenhagen, Keulen, Chicago, Zürich, Parijs en Bremen. 

Vaak werd het einde van deze traditie voorspeld en in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw leek dat ook bewaarheid te worden. Rond de eeuwwisseling is er echter een revival ingezet. In Denemarken (Hernig en Kopenhaagen) en Italië (Milaan) worden nieuwe sportpaleizen gebouwd en komen de zesdaagsen weer op de kalender. 

Aantrekkingskracht
Natuurlijk is in een eeuw veel veranderd, maar als de zesdaagsen hebben overleefd, dan is het dankzij de onweerstaanbare aantrekkingskracht die ze op het publiek hadden en nog steeds hebben. 

Er zijn koppelkoersen, aflossingskoersen, afvalkoersen, sprints, dernywedstrijden, scratch-wedstrijden en god mag weten wat nog meer voor wedstrijden. Hoe speaker en juryleden de tussenstand weten bij te houden, is me een raadsel. Maar de stand doet er ook niet zo veel toe. Waar het om gaat is de duizelingwekkende snelheid waarmee de pistiers op één meter van je plaats  de steile wand aanvallen.

Zij bereiken snelheden van boven de zeventig kilometer per uur, Ik begrijp niet hoe de mannen de avond doorkwamen zonder één enkele valpartij. Vooral gezien het feit dat hun fietsen niet zijn voorzien van een rem, het gedrang in de eindsprints onvoorstelbaar is en de slinger waarmee koppelgenoten elkaar in volle finale op snelheid brengen veel weg heeft van de beweging waarmee kogelslingeraars de kogel lanceren.

De Zesdaagse ruikt naar gevaar, een aangename geur. Maar is ook hard fietsen, stampmuziek, een mooie zangeres tussendoor en voortreffelijke catering.