Zilver voor Gerard Nijboer

01 augustus 1980

Gerard NijboerGerard Nijboer was de eerste Nederlandse marathonloper van wereldklasse. Bij de Spelen van Moskou (1980) won hij de zilveren medaille, iets wat hij tevoren voor onmogelijk had gehouden. 

De voorbereiding van Gerard Nijboer was als gevolg van een virusziekte niet optimaal geweest. In Moskou voelde hij zich nog altijd niet erg goed. Hij zat nog een kilo of vier beneden zijn gewone gewicht. 

'Ik zag er zo slecht uit dat ik 's ochtends niet eens in de spiegel durfde te kijken', zei hij er in 1986 in een terugblik over. Zonder veel illusies begon hij de wedstrijd. Na 10 km begon hij af te zakken en dacht dat de definitieve klap wel spoedig zou komen. Maar die bleef uit. En toen de Belg Karel Lismont langszij kwam en riep: 'Kom op, Gerard, we gaan samen naar voren', kon hij het tempo gemakkelijk volgen. 

In de slotfase maakte hij deel uit van een kopgroepje met drie Russen, de Oost-Duitse Olympisch kampioen van 1976, Cierpinski, en Lismont. Cierpinksi moest hij op zeker moment laten gaan, de Russen schudde hij van zich af door bij een verversingpost net te doen of hij een drankje wilde halen, iets wat zij ook dachten te doen. Maar vlak voor de tafel met flesjes, sprintte hij weg

Nijboer pakte dus expres geen drank aan. Maar kilometers eerder had hij het ook al zonder moeten stellen. Cierpinksi spotte met alle Olympische gevoelens door, eenmaal aan de leiding, alle flesjes van de tafel van de verversingspost te gooien.

Aan de finish bedroeg zijn achterstand op Cierpinski maar 17 seconden. 'Er had misschien nog meer ingezeten als ik eerder had geweten wat ik een dag later zag: dat Cierpinski zijn voeten kapot had gelopen'.

Hoe raar het ook mag klinken, Nijboer vindt zichzelf een voorbeeld van iemand die de verkeerde sport heeft gekozen. ,,Ik zou waarschijnlijk een succesvol wielrenner zijn geweest'', zegt hij. ,,Maar ik heb pas veel te laat een fiets onder mijn kont gekregen. Ik ben te zwaar voor een marathonloper. Daardoor had ik veel last van blessures. Het ideale gewicht moet rond de 60 kilo zijn en ik woog in mijn topperiode 72, 73 kilo.'' 

Dat hij desondanks zo veel succes behaalde naast de Europese titel ook nog een zilveren olympische medaille in 1980 berust volgens Nijboer vooral op toeval. ,,Mijn geluk was dat ik uitstekende mensen had die me goed begeleidden. Een dokter, een fysiotherapeut die door mijn te harde beenspieren heen wist te komen. Bovendien had ik bij mijn club een toploper, Roelof Veld, die een soort peetvader voor me werd.'' 

En zijn instelling was uitstekend. Motivatie is belangrijker dan talent, luidt zijn stellige overtuiging. Dat geldt vooral voor marathonlopers. Nijboer: ,,Je moet gigantisch bezeten zijn. Je moet het afzien prachtig vinden, het beest in je naar boven halen. Er wordt ook veel geduld gevraagd. Want je kan pas over een jaar of tien echt oogsten. Wie kan dat opbrengen? Iedereen wil het liefst snel laten zien wat hij kan.'