De rentree van Johan Cruijff op de Nederlandse velden  

06 december 1981

Johan Cruijff in actie tegen Haarlem In een uitverkocht De Meer, destijds een zeldzaamheid, keerde 'de verloren zoon' terug bij Ajax. In de 21ste minuut liet hij de 20.000 aanwezigen zien dat hij nog altijd Johan Cruijffwas. In de buurt van het strafschopgebied omspeelde hij Piet Huyg en Martin Haar en zag hij doelman Edward Metgod te ver voor zijn hok staan. 

Wat volgde was een subtiele lob en een ontploffend stadion. Keeper Edward Metgod: "Ik had nooit verwacht dat Cruijff de bal op dat moment op doel zou schieten, anders had ik nooit zo ver voor mijn goal gestaan. Na afloop vertelde Cruijff dat hij op doel schoot omdat hij wist dat ik door Jan Jongbloed werd getraind, die er om bekend stond dat hij graag ver voor zijn doel stond. Metgod zou dat dan ook wel doen, redeneerde Cruijff."

Zijn ogen staan fel in dat uitgeholde hoofd. Moe, maar voldaan. 24.000 mensen, een overwinning van 4-1, schitterende acties en vooral een weergaloze lob. 

Cruijff is terug. Zijn rentree is geslaagd. Hij kan het nog. Wat volgen zijn volle stadions overal. Breda, Groningen, Nijmegen, De Meer. Moeiteloze overwinningen. 100 goals en niemand om hem af te stoppen. Rijkaard, Vanenburg, Olsen, Boeve en Kieft worden meegezogen. Amsterdam wordt weer voetbalstad. Uitwijken voor Ajax-PSV naar het Olympisch Stadion. Wie zeurt er nog over Cruijff, de Zakkenvuller, die zoveel van de extra-recette krijgt?

Het Nederlands Elftal. De roep om Cruijff van het merendeel der sportjournalisten. Nico Scheepmaker, Henk Spaan, Harry Vermeegen, Frits Barend, De Telegraaf -jongens. Kees Rijvers zwicht, maar hijzelf niet. Wat hem „vroeger" publicitair had geknakt raakt hem, een paar maanden na zijn rentree, absoluut niet. 

Cruijff, de Nummer 14, beter dan in zijn jonge jaren. Cruijff over Het Nederlandse Voetbal: de jeugd, de trainers, de opleiding, de KNVB, de maatschappij, de anderen. Vaak zinvol, soms onzin. Maar met de week wordt zijn lach vrolijker en zijn uiterlijk jonger. Allemaal krijgen ze een beurt, de tegenstanders. Beschaafd, want hij blijkt toch geleerd te hebben, maar toch: de terugkeer van de Wreker.

Johan-Johan-Johan, scanderen ze. En hij geeft ze wat ze willen. Lobjes, demarrages, solo's en doelpunten. En telkens, na weer een succes, dat simpele handgebaar; even triomferend omhoog, het gejuich inhalerend. Na een tackle is er ook dat verongelijkte, de schouders omhoog, de wenkbrauwen opgetrokken; en hij praat ook weer -tegen scheidsrechters én tegenstanders óp en rondom het veld. Hij weet dat-ie de sterkste is. 

Zijn lob tegen Haarlem. Zijn solo tegen MVV. Zijn passes in de Kuip. Zijn gebaren tegen Huh. Zijn applaus voor Vanenburg. Het gejuich van de duizenden. Johan Cruijff is terug op de Nederlandse velden.