|
De toewijzing van de Olympische Spelen aan Seoul, Zuid-Korea, stuitte op heel wat verzet bij de landen van het Oostblok, en niet in het minst bij het vijandige Noord-Korea. De Oostblok landen zagen wel af van een boycot maar Noord-Korea niet en dit land werd gevolgd door Ethiopië en Cuba. En zo waren na 12 jaar de drie grote landen, Amerika, Sovjetunie en de DDR nog eens samen om deel te nemen aan de Olympische Spelen.
Het belangrijkste nieuwsfeit van deze Spelen was niet op sportief vlak te zoeken maar wel het feit dat een atleet betrapt werd op het gebruik van doping. Dit was zeker niet het eerste dopinggeval in de geschiedenis van de Spelen, maar het sloeg wel in als een bom.
Midden in de nacht verspreidde het nieuws zich dat een sprinter betrapt was op het gebruik van
anabolica. Die atleet was niemand minder dan de Olympische kampioen op de 100 meter
Ben Jonhson, amper 36 uur na zijn zege tegen Carl Lewis moest hij opnieuw zijn medaille inleveren. Nog dezelfde nacht vloog hij terug naar huis. Johnson zou de geschiedenis ingaan als de grootste Olympische bedrieger. Johnson werd voor twee jaar geschorst.
Toch waren er op deze Spelen ook nog sportieve hoogtepunten. De sprintnummers werden gedomineerd door de Amerikaanse
Florence Griffith-Joyner, zij werd de absolute koningin van de atletiek, ze veroverde niet minder dan vier medailles. Op de 100 meter was ze de beste in een tijd van 10,54 seconden, op de 200 meter liep ze een nieuw wereldrecord haar tijd 21,34 seconden en haar derde gouden medaille won ze op de 4 x 100 meter. Nadien wist ze de Amerikaanse coach van de 4 x 400 meter ploeg nog te overtuigen haar te laten deelnemen aan dit nummer om zo haar vierde gouden medaille in de wacht te slepen. Maar de Sovjetrussische Olga Bryzgina was op dit nummer te sterk voor haar en zo moest
"Flo-Jo" genoemen nemen met slechts zilver.
Bij het zwemmen waren er drie atleten die zich lieten opmerken. Vooreerst was er de Oostduitse
Kristin Otto die alle records brak door zes maal goud te behalen en dit in de sprintnummers. De Amerikaanse Janet Evans toonde zich de beste op de langere afstanden, zij behaalde drie gouden medailles.Bij de mannen was er de Amerikaan Mat Biondi die het record van Mark
Spitz, zeven gouden medailles, wou evenaren. Maar op de 200 meter vrije slag, brons, en op de 100 meter vlinderslag, zilver liep het mis.Op de overige vijf nummers waaraan hij deelnam won hij wel telkens goud.
Het was ook voor het eerst dat de profs uit het tenniscircuit mochten deelnemen aan de Olympische Spelen. Bij de mannen won Mecir het goud en bij de vrouwen was Steffi Graf de sterkste.
De 52-jarige Reiner Klinke uit West-Duitsland won zijn zesde gouden medaille in de dressuur en zijn achtste medaille tijdens vijf Spelen in een periode van 24 jaar.
|