De Olympische spelen van Atlanta: Succesvolle Nederlanders op commerciële spelen

19 juli 1996-04 augustus 1996

Nederlander Jan Posthuma blokt een bal van de Italiaan BernardiHet is zondagnacht 4 augustus en al na twaalven. De olympische volleybalfinale tussen Nederland en Italië houdt menigeen wakker. En dan is er dat ene fragment.Andrea Gianni, sterspeler van de Azzurri, slaat in de vijfde set de bal tegen de antenne.

De Nederlanders gooien emotioneel de armen in de lucht. Bondscoach Joop Alberda rent het veld in en draait zich om naar de alles registrerende camera's. De ogen vol ongeloof en schreeuwend van ontlading grijpt hij naar zijn hoofd. Alberda wordt bijna gek, hapt naar adem. Olympisch volleybalgoud! Zijn Lange Mannen huilen en knuffelen elkaar. 

Later bij het Wilhelmus wellen bij Alberda de tranen zichtbaar op in de ogen. Maar Joop houdt zich als geboren Fries net goed. „De kunst is om simpele dingen goed te doen", zal hij twee maanden later zeggen in Den Bosch. Het is dan l oktober. Op het hoofdkantoor van de SNS-bank licht Joop op overtuigend Alberdiaanse wijze zijn vertrek als bondscoach toe. Een besluit dat hij al nam na de gewonnen World League-finale in Rotterdam. Met het oog op de Olympische Spelen 2000 in Sydney wil Alberda plaatsmaken voor een nieuwe creatieve geest. „Dat verdient dit team. Goud halen op de Spelen is de ultieme klus, mooier is er niet."

Joop Alberda heeft gelijk. De hockeymannen, de Holland Acht en mountainbiker Bart Brentjens zullen als gouddelvers er precies zo overdenken. En zelfs dressuuramazone Anky van Grunsven voor wie er met Cameleon Bonfire 'slechts' tweemaal zilver was. Beter en mooier dan een gouden olympische glans bestaat niet.

Op 20 juli ontstak op ontroerende wijze boksgrootheid Muham-med Ali, lijdend aan de ziekte van Parkinson, de olympische vlam. President Bill Clinton had toen nog stille hoop dat de Centennial Games, de honderdste Olympische Spelen, de beste Spelen ooit zouden worden. Ze werden het niet.

Organisatorisch was het in het bloedhete Atlanta een puinhoop, met weinig flexibele vrijwilligers en veel overdreven veiligheidsmaatregelen. Toch ontplofte die door de Amerikanen gevreesde bom. Twee mensen vonden de dood. Er waren meer dan honderd gewonden. Maar de Spelen gingen door, net als in 1972 in München.

De Amerikaanse Amy van Dyken en de Ierse Michelle Smith werden de zwemkoninginnen van Atlanta, 'Onze' Kirsten Vlieghuis zwom tweemaal naar brons (400m en 800m vrij). In de atle-tiekarena raffelde Donovan Baily de 100m af in een wereldrecord (9,84 sec). Michael Johnson liep op gouden schoentjes op de 200m en 400m regelrecht naar olympische roem. Net als Haile Gebreselassie op de tien kilometer. Carl Lewis sprong naar zijn negende gouden medaille in twaalf jaar tijd. Op het hockey-veld werd doelvrouwe Jacqueline Toxopeus van Den Bosch de heldin door twee strafballen tegen Engeland te stoppen. Brons was de beloning.

Nederland behaalde in totaal tien bronzen medailles, vijf zilveren en vier maal goud. Overal vierden kroonprins Willem-Alexander en staatssecretaris Erica Terpstra als fraai uitgedoste Oranje-supporters het succes mee. Terpstra drukte Europees beste volleyballer Bas van de Goor aan de borst. De kroonprins was even één met roeiers en hockeyers. En had daarnaast een troostend koninklijk schouderklopje voor Anky van Grunsven die op het moment supreme het dressuurgoud miste.