Ritsma maakt zich onsterfelijk
10 januari 1999
Rintje
Ritsma maakt zich in 1999 met twee vingers in de neus in één slag onsterfelijk.
Nimmer in de rijke schaatsgeschiedenis slaagde een rijder er in een handvol Europese titels te vergaren.
Twee namen uit een donkergrijs verleden, die van de Fin Clas Thunberg (1922, '28, '31 en '32) en de Noor Ivar Ballangrud ('29, '30, '33 en '36), verloren daarmee hun mythische waarde. Het historische besef van zijn daad was er bij Ritsma evenwel niet. "Ik heb eerder iets van: van mij mogen er nog wel een paar bij komen."
Verrassend was het vanuit historisch perspectief gezien geenszins dat na vier afstanden het Wilhelmus klonk. Sinds 1983 ging liefst
negentien maal de Europese allroundtitel naar een Nederlander: Hilbert van der Duim ('83 en '84), Hein Vergeer ('85 en '86), Leo Visser ('89), Bart Veldkamp ('90), Falko Zandstra ('92 en '93)
Ids Postma ('97), Jochem Uytenhaage (2002 en 2005), Gianni Romme
(2003) en Mark Tuitert (2004) completeren de lijst waarop in
1999 achter de naam van Ritsma nu de titels prijken van '94, '95, '96, '98 en '99.
Ritsma zou in 2000 nóg een Europese titel aan het totaal
toevoegen. Met maarliefst zes titels is Ritsma absoluut
recordhouder.
Uitzondering op de regel dat de hoogste trede van het ereschavot per definitie wordt bezet door een Nederlander vormden de Rus Nikolai Goeljajev (1987), de Zweed Tomas Gustafson ('88),
de Noorse legende Johann Olav Koss ('91), de verrassende Rus Dimitri
Sjepel (2001) en de Italiaan Enrico Fabris (2006).
In
het jaaroverzicht worden de sportieve gebeurtenissen per jaar behandeld.
Vanaf 1988 worden de krantberichten uit diverse Nederlandse kranten
integraal overgenomen.